Gedragstherapie is ook een vorm van therapie die heel breed en op verschillende manieren kan worden ingezet. Vooral bij gedragstherapie gaat het erom vanuit welke zienswijze je de therapie toepast. Er zijn immers zoveel verschillende invalshoeken om gedrag te bekijken en ook gedrags­therapeuten verschillen hierin al van mening. Voor een diereneigenaar is het van belang zich te verdiepen in de verschillende visies en een methode te kiezen die het beste past bij het dier, de eigenaar en de leefomgeving.

Vanuit de natuurgeneeskunde gaat het vooral om het begeleiden van het individuele dier. Het is belangrijk te kijken naar de natuurlijke eigenschappen en behoeftes van de diersoort. Als het gaat om het inzetten van gedragstherapie, is het uiteindelijke doel de behoeftes van zowel het dier als de eigenaar op elkaar af te stemmen. Dit gaat het makkelijkste als het dier en eigenaar ook bij elkaar passen en dezelfde behoeftes hebben.

Is er sprake van probleemgedrag dan is het noodzakelijk om te beoordelen waardoor dit wordt veroorzaakt. Is er sprake van een dier uit balans, wordt het probleem veroorzaakt doordat  het dier niet past in zijn omgeving of zijn eigenaar en dier niet genoeg op elkaar afgestemd? Met andere woorden is het probleemgedrag dat afwijkt van het gangbare of wordt het gedrag als een probleem ervaren. In beide gevallen moet er iets gedaan worden omdat zowel het dier uit balans, als gedrag dat als een probleem wordt ervaren, bij een eigenaar en dier tot irritaties kan lijden. Deze kunnen vervolgens op elkaar worden afgereageerd en ontstaat er een verstoorde verhouding.
Als er niet wordt voldaan aan de persoonlijke behoeftes van de dier zal ‘probleemgedrag’ sneller tot uiting komen. Bij honden is in 80% van de gevallen is een overdosis aan mentale of fysieke energie de oorzaak van veel problemen. Deze zouden dus in principe voorkomen kunnen worden als er meer tijd wordt gespendeerd aan oefeningen die de hond zowel mentaal als fysiek belasten.