F ytotherapie maakt gebruik van de kracht van de hele plant. Het plantmateriaal kan afkomstig zijn van de gehele plant of een deel hiervan; wortel, blad, vrucht, bloem, bast enz. De therapie richt zich op de inhoudsstoffen in combinatie met de signatuur van de plant.
Met de signatuur worden de eigenschappen van de plant bedoeld. Aan de signatuur is af te lezen wat voor type plant het is en op welk type of gebied hij een geneeskrachtige werking heeft. De signatuur is af te lezen in zijn totaliteit of voor een gedeelte; de groei- en bloeiwijze, structuur, vorm, textuur, kleur, geur en smaak.  Deze eigenschappen kunnen corresponderen met een bepaald type mens, organen, orgaansystemen of lichaamssappen. Zo geeft de beharing op de stengel of blad aan dat het kruid werkzaam is op huid, haren en slijmvliezen.

Met de inhoudsstoffen worden materiële bestanddelen van de plant bedoeld. Maar binnen de fytotherapie wel als onderdeel van de gehele plant. En niet zoals in de allopathische geneeskunde, waarbij een bepaalde inhoudsstof wordt geïsoleerd om hem te verwerken in een geneesmiddel. Verschillende inhoudsstoffen kunnen zijn: bitterstoffen, slijmstoffen, looistoffen, mineralen en vitaminen. Deze hebben allemaal hun eigen specifieke werking op het lichaam van een dier.

Het gebruik van geneeskrachtige planten is al eeuwen oud. De mensen waren vroeger veel beter in staat om instinctief aan te voelen wat goed voor ze was. Het oudste document dat het gebruik hiervan bevestigd is de papyrus Ebers. Het werk werd rond vijftienhonderd voor Christus gevonden aan de Nijl en beschreef de geneeskrachtige werking van 500 natuurlijke stoffen.

In de middeleeuwen werd onder invloed van de Rooms Katholieke kerk de kennis van kruiden een stuk minder. Kruidenvrouwtjes werden bestempeld als ‘heksen’ en durfden hun kennis niet meer te delen en te gebruiken. Hierdoor verdween een groot gedeelte van de kennis. Pas na de tweede wereld oorlog kwam deze kennis weer een beetje terug, omdat de reguliere medicatie schaars was.

Fytotherapie kan worden toegepast in de vorm van verse kruiden, gedroogde kruiden, tincturen (aftreksel in alcohol), wikkels, pasta’s, capsules, thee (aftreksel in water), olie, zalf of vers geperst sap. Het gaat daarbij om biologisch geteeld plantmateriaal of in ieder geval geplukt uit een schone niet vervuilde grond/omgeving.
Er kunnen ook meerdere kruiden worden gebruikt in een complex. Losse kruiden kunnen worden afgewisseld maar niet te lang achter elkaar worden gebruikt.